Terugblik


   Historie "Huize Duinrust"

                                 Terugblik


Onderstaande tekst is overgenomen uit de akte van verkoop en koop van “Huize Duinrust”. Dat was vrijdag 26 januari 2007 precies 50 jaar geleden. Een jubileum, zeker het vermelden waard omdat de familie Mulder zich nog steeds zeer betrokken voelt bij het eiland Schiermonnikoog.


Heden de zesentwintigste januari negentienhonderd zevenenvijftig, verschenen voor mij Harm Broekema, kandidaat-notaris, wonende te Groningen, plaatsvervanger van Hidde Reinder Jan van der Veen, notaris ter standplaats de gemeente Groningen:

1.De heer Jan Boerma, reder, wonende te Groningen, Hofstede de Grootkade 14, volgens zijn verklaring buiten gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw Geertje Eppinga, beiden in eerste echt;

en

2.De heer doctorandus Remmelt Alje Cornelis Mulder, directeur van de Vereniging tot verzorging van kinderen “De Rudolphstichting” wonende te Achterveld, gehuwd met Emmy Louise Grashuis, beiden in eerste echt.

De comparant sub 1 verklaarde te hebben verkocht, onder vrijwaring als naar de wet en te leveren aan de comparant sub 2, die verklaarde te hebben gekocht en te aanvaarden:

a.het huis, genaamd  “Duinrust” , met het altijddurend erfpachtsrecht van de grond waarop gemeld huis staat en waardoor het is omgeven, een en ander staande en gelegen aan de Badweg op Schiermonnikoog en kadastraal bekend gemeente Schiermonnikoog, sectie A nummer 543, huis en duingrond.

b.de in het sub a gemeld huis aanwezige inboedel, niets daarvan uitgezonderd.


Ongeveer 80 jaar geleden kwam mijn vader (Dhr. Remmelt Mulder) met zijn ouders al op Schiermonnikoog. Het hele gezin en daarbij nog twee dienstmeiden, kwamen toen voor meerdere vakanties op het eiland in “Huize Duinrust” aan de Badweg. Op de oude foto uit die tijd is het gezin te zien op de veranda van het huis. Mijn vader is op deze foto de jongeman zittend op de trap aan de linkerkant.

Hij had goede herinneringen aan deze vakanties en juist in die tijd is de liefde voor Schiermonnikoog bij hem ontstaan. Ondanks de voor onze tijd primitieve omstandigheden vertelde hij vaak vol enthousiasme over die tijd. Bijvoorbeeld de aankomst met de veerboot waarbij overgestapt moest worden op een boerenkar. Van het huis aan de Badweg wist hij zich vooral te herinneren dat de vochtigheid problemen gaf voor zijn vader bij het droog houden van de sigaren.


Vlak na de Tweede Wereldoorlog zijn mijn vader en moeder ( Mw. Mulder-Grashuis; bij de meesten bij u bekend als mw. Mulder van de Langestreek 58) getrouwd en gingen zij ook samen, en later met het hele gezin op vakantie naar Schiermonnikoog. Gelukkig was ook mijn moeder snel verliefd op het eiland.

Er werd af en toe een huisje op het eiland gehuurd maar al gauw vroeg mijn vader aan zijn moeder in Groningen of zij de plaatselijke kranten in de gaten wilde houden voor het geval er een huisje te koop kwam op het eiland.

In 1957 was het dan zo ver en werd Huize Duinrust aan de Badweg gekocht. Over hoe dat is gegaan heeft mijn vader zelf op de volgende manier beschreven:



Enige tijd voor de geboorte van onze zoon Jan-Jouko in april 1957 belde oma Mulder naar ons in de Glind Achterveld, dat zij in het Nieuwsblad van het Noorden een advertentie had zien staan dat er een zomerhuisje op Schiermonnikoog te koop was. Ze vond dat we daar maar eens achteraan moesten gaan want zij had wel ontdekt dat we daar steeds maar weer dolgraag met het hele gezin heen gingen. Zou dat huisje ons goed lijken dan mochten wij het op haar kosten kopen. We konden onze oren haast niet geloven want we hadden al verscheidene jaren diverse huizen op het eiland gehuurd.


Vervolgens dacht ik er verstandig aan te doen om de chef van het bouwbedrijf van de Rudolphstichting te vragen of hij zin had om met me mee te gaan om te kijken, daar hij de kwaliteit van zo’n huis beter zou kunnen beoordelen dan ik. Hij had daar best zin in. In de advertentie stond dat er op donderdag kijkdag zou zijn o.l.v. een makelaar. Het leek mij niets om met een vrij groot aantal belangstellenden te gaan kijken en daarom stelde ik aan de chef, dhr van de Broek, voor om woensdag maar te gaan kijken. We logeerden in Hotel Duinzicht, bij dhr Schuurman, die we in de loop der jaren vrij goed hadden leren kennen.

Woensdag op het huisje af. Een kleine bungalow aan het Karrepad. “Het Sterntje” of zo genaamd. Van de Broek keek onmiddellijk bedenkelijk. Veel te klein, superlicht gebouwd en halfsteens muurtjes. Hoe begerenswaardig een huisje ook was, hier behoefde men geen minuut over na te denken.


Teleurgesteld keerden we terug naar ons hotel. Om niet al te droefgeestig weg te zinken namen we aan de bar maar een borrel en we vertelden van onze mislukte missie aan de baas. Die riep ineens: “Wacht eens even en luister!”

“De afgelopen zomer zat hier aan de bar een reder uit Groningen en hem hoorde ik tegen zijn kameraad zeggen dat hij van zijn huis af wilde. Dit omdat zijn vrouw niet graag meer naar Schier wilde vanwege beide versleten heupen. Zal ik hem eens bellen of hij inderdaad verkopen wil?”

Dat leek mij een prima idee. Het duurde maar even of hij wenkte mij dat ik aan het toestel moest komen en ik kreeg reder Boerma genaamd aan de lijn. Hij bleek de eigenaar te zijn van het huis ‘Duinrust’ een eind verderop aan de Badweg. Kort en bondig deelde hij mee inderdaad te willen verkopen. Onderhandelen wilde hij verder niet en hij moest er twaalfduizend gulden voor hebben, inboedel inbegrepen. Toen ik zei dat ik hem begreep maar toch voor een beslissing te nemen wel even binnen wilde kijken, zei hij dat niemand op het eiland een sleutel had. Het beste was om aan de hotellier maar even een hamer te vragen waarmee het ruitje in de voordeur kon worden ingeslagen. Arm erdoor en de deur ging van het slot en, oh ja, er stonden ook nog twee fietsen. Die behoorden tot de inboedel.


We vroegen onmiddellijk een hamer en gingen er op af, nageroepen door de hotelbaas dat hij graag één van de fietsen zou willen hebben als de verkoop door zou gaan. Dat kwam hem wel toe vond hij als een soort makelaarsloon. Het huis dat aan de gevel rondom voorzien was van diverse puntige schotten opdat het een soort pagode-achtig aanzien zou krijgen bleek goed in elkaar te zitten en dhr van de Broek verklaarde: “Dat staat nog wel honderd jaar.” De inboedel stelde weinig voor. Wat triplexachtig meubilair. Het leuke was dat ik het huis kende van vroeger toen we er met mijn ouders enkele jaren achtereen geweest waren. Men huurde dat dan van een zekere heer Kerstholt uit Groningen, een bekend restaurateur in ruste, die vanaf Duinlust en Duinrust gerekend vijf huizen op een rij bezat. Hij woonde permanent in een klein huisje erachter.


Naar opa en oma bellend over onze ervaringen hoefde er weinig te worden uitgelegd want zij wisten meteen over welk huis het ging omdat ze het immers meermalen huurden. Men ging graag akkoord en ik belde dhr Boerma dat de koop door kon gaan en als dat geen bezwaar was reeds de volgende dag, daar opa Mulder dat wist te regelen met oom Ko (Hummelen) die notaris was te Groningen.


Na een nacht logeren bij opa en oma en een bezoek aan oom Ko reden we trots en gelukkig naar huis waar ook mamma dolblij was ineens een zomerhuis op Schier rijker te zijn.


Najaar 1999  Opa Remmelt Alje Cornelis Mulder.



Vanaf die datum, 26 januari 1957, zijn wij als gezin met heel veel plezier bijna alle vakanties op Schiermonnikoog geweest. En zelfs meer dan dat. Omdat mijn moeder soms vanaf mei tot aan september op het eiland verbleef hebben verschillenden van ons ook enkele periodes aan de Badweg op school gezeten.


De familie Mulder heeft in al die jaren haar sporen wel achtergelaten op het eiland. Kinderen en kleinkinderen hebben veel in de horeca en supermarkt vakantiewerk gedaan en doen dat nog steeds. Bovendien zijn er ook al achterkleinkinderen op het eiland geboren die permanent op het eiland hebben gewoond. Neef Remmelt Mulder is mede-eigenaar van de Tox-bar.


In juli 2001 is mijn vader in de leeftijd van 86 jaar overleden. Eén ding wilde hij nog graag gerealiseerd zien voor zijn dood en dat was het plaatsen van een beeld van een monnik voor het huis aan de Badweg. Dat is gelukkig vlak voor zijn overlijden gelukt.

Zijn liefde voor het eiland Schiermonnikoog werd bovendien bevestigd met de wens dat hij graag bijgezet wilde worden in de urnenwand op de begraafplaats bij de Got Tjark. En dat is ook gebeurd.

 

We hopen als familie nog heel lang te mogen genieten van het eiland Schiermonnikoog en  natuurlijk van de mensen die we in al die jaren daar hebben leren kennen.